Massaslachting onder rendieren meldt RTL gisteren. Mijn oog blijft hangen op de keus voor het gebruik van het woord massaslachting. Framing. Het blijft een bijzonder fenomeen. Wetende dat communicatie doorgaans betekent dat we elkaar niet begrijpen is het gebruik van woorden iets om zeer zorgvuldig mee om te blijven gaan. Voordat je het weet slaat je fantasie op hol. 

De semantische slacht
Als je het woordenboek erop naslaat, dan is de slacht ‘het doden van een dier met het doel het op te eten’. Nou kan ik me niet voorstellen dat de massaslachting van mensen op sommige plekken op deze wereld dat doel voor ogen heeft, maar dan nog. Slacht gebeurt altijd door iemand. Hierin zit een component van menselijk handelen. En in het geval van de rendieren was het handelend voorwerp: de bliksem (althans dat denken we tot nu toe).

De schuld
Dus dankzij het woord massaslachting denk ik automatisch: wie deed dat dan? Wie slachtte de rendieren massaal? Een divine intervention? Was het Thor (als we toch in Scandinavië zijn) of toch liever Zeus? Voordat ik het weet slaat mijn fantasie op hol langs wolkeringe veldslagen met strijdwagens en vliegende paarden. Terug op aarde realiseer ik me dat door het gebruik van massaslachting de indruk ontstaat alsof de mens iets te maken had met de dood van de rendieren. Alsof wij niet kunnen hebben dat de natuur wreder is dan wij eigenlijk willen weten.

De naakte waarheid
Dieren en dood. Het is en blijft een lastig punt. Een dode mug juichen we toe maar een dood beest met veel zachte haartjes is toch vaak categorie ‘ach wat zielig, we moeten hem redden’. In de natuur weerspiegelt het leven; dus het is wreed, oneerlijk, verbluffend mooi en afgrijselijk zielig. En er is niet altijd een schuldige, er is soms niets meer te redden. Soms stijgt het water ons tot de lippen, waaien de bomen omver door een zomerstorm of branden de mussen van het dak. Als een aardbeving half Italië omver dendert is dat een catastrofaal natuurfenomeen, maar niet te voorkomen.

De kracht van woorden
De Nederlandse koning der framing introduceerde deze week na zijn succesvolle introductie van het woord islamisering de term de-islamisering. En wij nemen hem allemaal over; klakkeloos, zonder na te denken over wat je nou eigenlijk zegt. Alsof er een golf van hoofddoekjes als een catastrofaal natuurfenomeen over ons land spoelde en wij dijken moeten gaan bouwen. Woorden doen doorgaans meer kwaad dan een gemiddelde blikseminslag. Ze roepen een beeld op en een gevoel. En wij mensen zijn ook maar dieren dus reageren primair op gevoel.

Kortom; ik fantaseer nog even verder over vliegende goden met ontblote bovenlijven die stoer de bliksem berijden voordat ik weer aan het werk ga en persberichtjes ga schrijven.