Dealen met nepnieuws, zorgvuldig blijven ondanks enorme tijdsdruk, meer gebruikmaken van sociale media en pro-actiever woordvoeren. Daar liggen voor Nederlandse woordvoerders de grootste kansen en uitdagingen, zo blijkt uit een grootschalig onderzoek onder ruim 370 Nederlandse woordvoerders. Corner-Stone en @BarthoBoer deden onderzoek onder woordvoerders over het vak (download hier). Dat zet mij aan het denken en laat mij, zoals vaak met onderzoek, achter met veel meer vragen dan antwoorden… Ik deel graag met jullie mijn overpeinsingen.

Resultaat: we willen pro-actiever persbeleid

Mijn overpeinzing is dan…. Wat is in vredesnaam pro-actief persbeleid en waarom willen we het? Ik worstel altijd met dat woord. Persbeleid. Wij leggen het beleid toch uit? Maken we het ook nog tegenwoordig? Ik heb het liever over een persaanpak of persstrategie. En we willen pro-actiever met z’n allen. Wat verstaan we daar dan onder wetende dat in onze top 10 geen enkel social netwerk staat en onze focus nog steeds op de traditionele pers ligt? Ik heb een werkwijze ontwikkeld voor een pro-actieve persaanpak. In mijn optiek is dat dus met zoveel mogelijk mensen, stakeholders en samenwerkingspartners via zoveel mogelijk platforms en kanalen op hetzelfde moment hetzelfde verhaal vertellen. Alle neuzen dezelfde kant op dus. Dat is keihard werken en vraagt heel veel voorbereiding. Willen we dat echt? Wetende dat maar 20% van ons tijd genoeg had om uberhaupt deze enquete in te vullen?

Resultaat: we vinden onze werkdruk te hoog

Mijn overpeinzing is dan…. Onze werkdruk wordt hoger zeggen we. Ja maar ehmmm 74% van de respondenten werkt al langer dan 6 jaar als woordvoerder en 70% is 40 jaar of ouder. Kortom de woordvoerders die dit onderzoek hebben ingevuld begonnen hun carriere met het draaien van crises zonder social media (net als ik). Waarbij onze toon de muziek bepaalde. En wij negen van de tien keer de eerste waren met het nieuws. En lekken nog nauwelijks bestond. Wordt de werkdruk dan hoger of kunnen we het eigenlijk niet meer zo goed bijbenen? Wees es eerlijk naar jezelf? Is die jonge stoot van een woordvoerder van 20 niet veel beter in staat om dit multimediale social-media nieuwslandschap te behappen dan wij?

Resultaat: We willen dat managers en medewerkers zich bekwamen in woordvoering (open vragen aan het eind) maar we vinden de rol als trainer en coach van onze collega’s geen topprioriteit

En hier word ik pissig. Wat is dat nou voor een kolder! Terwijl je controle moet loslaten want er is nauwelijks meer een verschil tussen interne en externe communicatie gaan wij ons ff lekker narrow-minded focussen op de traditionele pers en mag de rest van de communicatiekolom zorgen dat de gemiddelde medewerker het verhaal goed vertelt?? Tijd om hier ook eens even goed aan zelfreflectie te doen.

Resultaat: onze toolbox is traditioneel en vooral het persbericht.

De toolbox van een woordvoerder is veel breder dan de keuze die het onderzoek voorlegt. Ik mis: het nieuwsbericht op onze eigen website, de social platforms van mijn eigen organisatie, van onze ambassadeurs en van de samenwerkende partners, de twitterende woordvoerder, het ouderwetse belletje vooraf, de persexcursie op locatie, het kijkje achter de schermen, het achtergrondgesprek, het netwerken op een borrel, het bijpraten bij een event, het maken van eigen nieuwsitems die je dan beschikbaar stelt aan de pers etc. We zijn echt een stuk minder traditioneel dan deze vraag doet denken.

Resultaat: De belangrijkste media vinden we NOS, Nu en Telegraaf.

Mijn overpeinzing is dan…. Er wel van uitgaande dat we allemaal het brede publiek als doelgroep hebben. En als dat zo is, dan is AD eentje die we flink aan het vergeten zijn want AD heeft het grootste bereik tegenwoordig (bron: mediamonitor). Maar waar is Facebook?? Onlangs deed het SCP een heel interessant onderzoek naar de nieuwsconsumptie van Nederlanders (zie hier). Daaruit blijkt dat jongvolwassenen (20-34 jaar) gretige gebruikers zijn van nieuwssites/-apps, waarbij bovendien Facebook een steeds belangrijkere rol inneemt (zie mediamonitor & svdj). Deze generatie is hét tipping point van nieuwsconsumptie online; opening krant zegt hen dus geen zak meer. Evenals het hoofdredactioneel commentaar. En dat is tevens de generatie die onder de woordvoerders in het onderzoek minst vertegenwoordigt is. Bovendien, als er één platform is wat leuk bezig is met het onderwerp managen van nepnieuws dan is het facebook wel. Ook even ter overweging…..

Opvallendheid in de resultaten: onze functie zit in een identiteitscrisis

Zelfs Volkskrant weet het niet meer. Die praten in hun artikel over woordvoerders, perswoordvoerders (helemaal lelijk) en voorlichters (bah klinkt ook ouderwets). Kijk naar onze functienamen en dan snap je het al helemaal niet meer. Het wordt nog ingewikkelder als jij als woordvoerder niet degene bent die de interviews voor camera geeft. Maar wees niet bang; onze functietitel sterft wel es waar uit, maar onze kunde is meer dan ooit keihard nodig in organisaties. Onze werkwijze dient daartoe wel essentieel te veranderen. Zie ook mijn andere blogs daarover.

Tenslotte. Nepnieuws. Social media is daar volgens ons schuldig aan… maar we gebruiken social media niet in onze toolbox volgens het onderzoek

En we hebben geen last van nepnieuws….. Nee nee… nog nooit gehad dat een lulverhaal via facebook viraal ging en overgenomen wordt door de nieuwsplatforms als zijnde de waarheid? En wanneer is nieuws nep en wanneer is het de door onze gewenste verfraaiing van de geframede werkelijkheid?

Kortom… dit onderzoek roept meer vragen op dan het antwoorden geeft. Zoals een goed onderzoek betaamd zou ik bijna zeggen. Mijn advies? Verplichte lees- en discussiestof voor elke afdeling woordvoering!