Woordvoerders, persvoorlichters. Zelf semantisch gezien sterven we uit. Elke zichzelf respecterende autoriteit met enig podiumgevoel heeft inmiddels een eigen online platform. Die heeft ons echt niet meer nodig om te vertellen wat ze wel/niet mogen zeggen. Vroeger…. vroeger toen de krant nog nieuws bevatte en de minister nog een man/vrouw met een missie was. Toen waren wij de frontlinie van de organisatie. Niemand kwam er langs. Geen woord, geen mens, geen artikel, geen oneliner. Toen de opening NOS gejuich opleverde op de werkvloer. Toen de opening Telegraaf een impact had op the talk of the town. Wij zijn vaak de belangrijkste communicatiestrategen in organisaties. We doen onszelf en ons vak tekort als we blijven hangen op die traditionele wegen naar Rome. De persconferenties, de persberichten en de primeurtjes met perslijsten en ‘vooruit’ ook de bloggers.

Teveel leven in een illusie van het verleden wat ons veiligheid en status geeft. Ik ken menig woordvoerder die er niet aan denkt om ‘iets met twitter’ te gaan doen behalve volgen. Want dat is toch iets voor webcare en daar bemoeien we ons niet mee. Terwijl social media net zo’n containterbegrip wordt als internet, word ik bang van woordvoerders die al die internetdingen op één hoop gooien en wachten tot de telefoon rinkelt. Op die ene journalist die nog zo keurig is opgevoed om zijn antwoord niet te zoeken online maar bij een woordvoerder. En daar zitten ze dan te wachten, netjes met de Q&A en woordvoeringslijnen in de hand, zoals ze het leerden op school en wij het –helaas- nog steeds aan jonge communicatieprofessionals voorschotelen. Als uitstervend beroep.

De komende weken hier mijn gedachten en observaties. Voor onszelf maar ook voor al die mensen die diep van binnen denken dat al die social toestanden wel overwaaien… Niet als alwetende waarheid (want er is er altijd meer dan één:)) maar vooral graag om de discussie in ons vakgebied te blijven prikkelen en bovenal zelf te blijven leren