In de trein vandaag stappen drie oude mensen. Ze schuifelen door het gangpad, klein, bescheiden en Aziatisch in voorkomen. Brabbelen in een taaltje waar ik serieus geen Chinees van kan maken. Dralen. De stoelen zijn bezet. Maar zij zijn ruim tachtig. De trein vertrekt en ternauwernood houdt Opa zich vast. Ik sta ook. Twijfel… zal ik met mijn Hollandsche vrouwelijke daadkracht iemand uit zijn stoel sommeren? Kan. Maar dan… dan hebben deze bescheiden mensen misschien wel meer last van mijn manier van doen dan het te moeten staan. Niemand ziet ze. Waarom ziet toch niemand ze? Ik wil schreeuwen, al die werkende robots wakker schudden.

Eigenlijk heb ik de meeste last van slimme mensen die dom doen. Uiteindelijk vinden de drie oude mensen een plekje voor één van hen. Hun onhandige geschuifel maakt de omstanders wakker en ze staan op voor de rest. Tenslotte wil één van hen nog steeds niet zitten. In bescheidenheid mag de jonge fitte gozer van 25 weer gaan zitten van hem. Domme oude bescheiden man. Die valt in de categorie voorrang geven als je van links komt met kinderen. Alsof ik dan nog mijn kinderen kan leren dat rechts in het verkeer voorrang heeft.

Etiquette. Eigenlijk heb ik er een hekel aan. Vermoeiend ingewikkeld, omslachtig en bovenal: ik zie het doel er niet van in. Te conservatief wat mij betreft. Twee kleine jongetjes aan mijn tafel doen een schetenwedstijd en vallen van het lachen van hun stoel. Eigenlijk zou je dit misschien moeten afstraffen, maar ik voed het graag. Juist omdat het fijn is om stout te zijn. Doen omdat dingen zo horen is gewoonweg dom. Want voor je het weet heb je sleur. Leef je in een oneindig voorspelbare wereld die nog saaier en enger is dan de film GroundHog Dag. Met boodschappenlijstjes in de volgorde van de supermarkt en de ene kerstdag bij jouw ouders en de andere kerstdag bij de zijne. En dat helpt de verandering van onze samenleving weer niet; want als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg.

Toch is niets menselijks mij vreemd. Ik hou wel van omgangsvormen waarbij we omzien naar elkaar. Een man die de deur voor mij opendoet. Natuurlijk loop ik dan keurig door. En bedank ik ook. Vind het fijn als mensen opstaan voor elkaar in de trein. En prettig als ze dan wel gaan zitten. Een mevrouw met een veel te zware koffer help ik tillen. Iemand die verdwaasd om zich heen staar help ik de weg vinden. Dat heeft misschien wel niets te maken met etiquette maar iets emotioneels als zorgen en lief zijn. En dat doen we veel te weinig.

Ik kijk graag, in de trein, op het station, in een restaurant en natuurlijk… op een terrasje. Observeer mensen, zie wat ze doen, hoe ze zich kleden en zich gedragen. Luister stiekem mee in hun gesprekken. Noem het een beroepsdeformatie. Niets zo intrigerend als menselijk gedrag. En dat is wat wij communicatiemensen dagelijks willen beïnvloeden. Beroepsvoyeurs zijn we. Dat doen we dus met al onze zintuigen! Luisteren doe je namelijk niet alleen met je oren maar ook met je ogen. En -hopelijk- als het meevalt niet met je neus; als er twee kleine jongetjes van de tafel vallen om de dikste scheet die ze wisten te produceren.